NL Language

EN
DE

Marc van den Tweel

Algemeen directeur Natuurmonumenten

'Ga nu de Zuiderzee zien, eer het te laat is. Want lang zal 't niet duren, of groene polders vervangen de kabbelende golfjes.' 

Een oproep van Jac P. Thijsse, oprichter van Natuurmonumenten, in zijn Verkade-album ‘Langs de Zuiderzee’ (1915).
De drooglegging van de Zuiderzee was op komst, en Thijsse maakte een wandeling langs de Zuiderzeekust voor zijn album. Een bijzonder landschap ging deels verloren: ‘Met mooie en weinig gekende landschapjes en stedekes om hare kust’.

Maar ‘Wanhoop nooit aan vooruitgang’  zijn ook de woorden van Thijsse. Hij en zijn tijdgenoten deelden con amore mee in de nationale feestvreugde over de totstandkoming van de Zuiderzeewet, waardoor ook Flevoland kon ontstaan.

Het ontstaan van Flevoland is bijzonder. Met mensenhand maakten we een nieuwe wereld van zoetwatermeren, polders en kleimoerassen. Een stoer en dapper landschap dat vooruitgangsgeloof uitstraalt. Het toont de maakbaarheid van ons land, maar laat ook zien hoe belangrijk het is om met de natuur samen te werken. Toen de Flevolandse zeeklei net droog lag, was de zware grond nauwelijks geschikt voor landbouw. Pas nadat er regenwormen werden losgelaten in het gebied ontstond er nieuwe vruchtbaar land. Juist dit nieuwe land laat zien hoe afhankelijk we zijn van ‘natuurlijke oplossingen’. Ook de Markerwadden in het Markermeer zijn daar een voorbeeld van. Met het aanleggen van een archipel van natuureilanden, herstellen we de waterkwaliteit en geven we een impuls aan de economie van de streek.

Met de 100e verjaardag van de Zuiderzeewet vieren we dat er tussen Amsterdam en Leeuwarden een prachtig nieuw landschap is ontstaan. Een landschap vol levenslust. Een landschap van nationale betekenis. En een landschap dat nooit af is. Waaraan we blijven werken. Met mensenhand én met de natuur. Natuurmonumenten blijft zich daar graag, samen met anderen, voor inzetten.